Erven / nalaten

18-december-2017

Financieel misbruikt worden: het kan iedereen overkomen!

Financieel misbruikt worden: het kan iedereen overkomen!
Een man van 90 jaar die vlak voor zijn dood twee keer het maximum bedrag pint. Waarschijnlijk het werk van een o zo vriendelijk familielid. Een dementerende vrouw die twee panden aan een vriendelijke buurtgenoot verkoopt voor de prijs van twee bruine broden. Voorbeelden van financieel misbruik van ouderen. Is dat het risico van de moderne tijd of is het van alle tijden?

Om meteen maar met de deur in huis te vallen: dat ouderen door hun omgeving, dus door familie, door zogenaamde vrienden of door zorgverleners financieel worden uitgekleed, is van alle tijden. Wel zijn er factoren in deze moderne maatschappij die de kansen op financieel misbruik vergroten.
Wat je het meeste hoort: we worden allemaal steeds ouder, we komen vaker en langer alleen te wonen en de kans neemt toe dat we het slachtoffer worden van dementie of andere zaken die het moeilijk maken voor ons eigenbelang op te komen.
‘Ik heb ook de indruk dat gezinsverbanden losser worden en dat kinderen nogal eens verder van hun ouders komen te wonen. Vaker dan vroeger zijn er ook géén kinderen’, zegt Eric Linde, kandidaat-notaris van Linde Notarissen in Dedemsvaart. Hij is medeoprichter van de Lokale Alliantie in het Vechtdal, die door samenwerking tussen alle betrokken partijen het financieel misbruik in deze regio wil terugdringen.

‘Je krijgt er als notaris alleen vaak de vinger niet achter. Als iemand van 90 jaar is overleden en ik zie dat er een week eerder om vijf voor twaalf ’s avonds duizend euro van de rekening is gepind en tien minuten later nog eens duizend euro, het maximumbedrag per 24 uur, dan weet je natuurlijk wel hoe laat het is. Alleen: meestal is niet aan te tonen dat sprake is geweest van financieel misbruik, want wie zegt dat de zieke 90-jarige niet zelf bij de pinautomaat heeft gestaan?’

Rolverdeling

Roxana Faujdar, intern vermogensmanager van de Rabobank en actief in de Lokale Alliantie Zoetermeer, noemt nog twee factoren. Ten eerste de traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Mannen deden vaak de administratie en omdat die vaak als eerste overlijden, krijgen vrouwen vaak op latere leeftijd te maken met iets waarmee ze niet vertrouwd zijn: geldzaken. ‘De verleiding is groot die dan aan een familielid of iemand anders over te laten, zonder dat men een tweede persoon laat meekijken.’ Van de 30.000 ouderen die jaarlijks het slachtoffer worden van financieel misbruik is 80 procent vrouw.
Ten tweede worden bankzaken steeds meer gedigitaliseerd. Ouderen kunnen daarin vaak niet mee vanwege lichamelijke beperkingen of hebben moeite met internet en apps op de mobiele telefoon. Faujdar: ‘Daarom geven we workshops om mensen vertrouwd te maken met internetbankieren en blijft het mogelijk om op papier bankzaken te blijven doen. Dit betekent dat wij informatie verstrekken over onze hulpmiddelen, voorlichting geven over financiële fraude, maar ook over het (voor een deel) uit handen geven van bankzaken.’

‘Als wij een signaal krijgen, bijvoorbeeld van een familielid, notaris, maatschappelijk werker of huisarts, dan gaan wij als bank onderzoeken of de klant de dupe is van financieel misbruik. Als een oudere klant voor zijn of haar bankzaken een volmacht wil afgeven, dan bespreken we dat middels een persoonlijk gesprek met de klant en met degene die de volmacht krijgt.’

Het is overigens een misverstand te denken dat alleen ouderen mét geld het slachtoffer kunnen worden van financieel misbruik, zegt kandidaat-notaris Eric Linde. ‘Het kan ook mensen zonder vermogen overkomen. Als deze mensen het zelf allemaal niet meer zo goed weten, kun je op hun naam abonnementen afsluiten, kopen op krediet, noem maar op. Ik was me er zelf nooit zo van bewust, maar ik heb dat geleerd van andere partijen binnen de Lokale Alliantie waarbij ik betrokken ben.’

Armoede

Dat financieel misbruik niet automatisch gekoppeld is aan ouderen met veel geld, weet ook Yvonne Heygele, projectleider ‘Ouderen in veilige handen’ van het NOOM, een ouderenbond voor migranten. In veel migrantenfamilies heerst armoede, zegt zij. ‘Vaak hebben oudere migranten een onvolledige AOW. Wie bijvoorbeeld op zijn 30ste naar Nederland is gekomen, mist vijftien jaar opbouw van AOW (dat begint in Nederland namelijk op je 15de). Dat kan wel aangezuiverd worden met een uitkering op grond van de Aanvullende Inkomensvoorziening voor Ouderen (AOI), maar dan wordt het vermogen in ogenschouw genomen, ook als er ergens in het achterland van Turkije of Marokko nog een eigen woning staat, die niet te verkopen valt. En dan moet men dus rondkomen van minder dat het bestaansminimum.’

‘Het past in de cultuur van veel migrantengroepen om armoede gezamenlijk te delen. Je blijft bij elkaar wonen; kinderen bij hun ouders en omgekeerd. Dat men dan soms ook nog eens wordt gekort op een uitkering, wordt op de koop toe genomen. Bovendien is er in veel niet-westerse culturen een ander perspectief op bezit. Het gaat meer om de groep en minder om het individu. Dat heeft mooie kanten, maar daarin ligt ook een kiem voor financieel misbruik, zeker omdat migranten soms slecht Nederlands spreken en slecht op de hoogte zijn van de mogelijkheden in Nederland om zaken goed te regelen en daarbij hulp te krijgen. Daarbij komt dat deze gemeenschappen vaak gesloten zijn en men traditiegetrouw de neiging heeft om de eigen problemen vooral zelf op te lossen.’
‘Soms is het financieel misbruik heel duidelijk. Het verhaal van een vrouw van 75 die de prostitutie in ging om haar zoon financieel te helpen, is natuurlijk bijna ongelooflijk, maar het is wél gebeurd. Of de casus van een man en vrouw met acht kinderen die bij opa en oma intrekken, die dan zelf naar het kleinste kamertje verbannen worden, en uiteindelijk niets meer te zeggen hebben over hun eigen huis en hun eigen geld. Maar vaak ligt het niet zo scherp, zeker niet in de cultuur van veel migranten. Daar moeten we rekening mee houden als we mensen hierop aanspreken. Wat we vanuit westers perspectief beschouwen als financieel misbruik, kan vanuit een ander perspectief gezien worden als de gewoonste zaak van de wereld.’

Dat laatste komt overigens ook voor bij families met een van oorsprong Nederlandse traditie, zegt notaris Eric Linde. ‘Je ziet het hier ook in plattelandsgemeenten: een zoon blijft bij zijn moeder wonen en de inkomens, inclusief de AOW van moeder, worden gezamenlijk opgemaakt. En als de zoon naar de kroeg gaat, pint hij gewoon van de pas van mama. Is dat misbruik? Ik kan het niet zeggen. Ze leven hun leven op hun manier. Maar als er andere kinderen zijn, dan is het goed mogelijk dat het na het overlijden van moeder door hen wel wordt beschouwd als financieel misbruik. Daarom zeg ik altijd: wees transparant, leg het vast, dan voorkom je misbruik of dat je daarvan later wordt beticht. Dat laatste kan ook heel naar zijn.’


De zorgverlener van een slachtoffer

‘Onze ouderen moeten veilig oud kunnen worden’

Edmée Breure
praktijkondersteuner
huisarts in Zoetermeer

‘Een heel schrijnend voorbeeld vind ik dat van een alleenstaande man van 78. Hij woont nog op zichzelf, is alcoholist, zorgmijder en verwaarloost zichzelf. De buren zijn zich om hem gaan bekommeren; pinden voor meneer en deden zijn administratie. Maar de wijkverpleging ontdekte dat er iedere week 300 euro van zijn rekening werd afgeschreven, rijkelijk veel. Ook hadden de buren – onder het mom van: in jouw conditie moet je geen auto meer rijden – zijn auto verkocht. Voor een flutbedrag, aan de huishoudelijke hulp. Meneer heeft het bedrag nooit van zijn buren teruggekregen.’

Alarmbellen

‘Dit voorbeeld komt niet uit onze eigen praktijk. Ik ben erbij betrokken geraakt via een collega-huisarts en de wijkverpleging. Op een dag trof de wijkverpleging meneer keurig gekleed in pak aan. Om met de buren naar de notaris te gaan, gaf hij te kennen. Alle alarmbellen gingen af en we zijn alle notarissen in Zoetermeer gaan bellen. Zonder resultaat, helaas. Hij kwam thuis met papieren van een Haagse notaris waarin stond dat zijn huis naar de zoon van de buren gaat op het moment dat hij in een verpleeghuis terechtkomt.
Nu dat besef bij hem doordringt is hij woedend op de buren, zegt hij dat hij dat nooit heeft gewild. Maar het is zijn woord tegen dat van de buren. Het contact is er nog steeds; hij voelt zich ook afhankelijk van ze. Inmiddels is de diagnose dementie gesteld. Vraag is nu: wat kunnen we nog? Hadden we dit maar eerder geweten, dan hadden we bewind kunnen aanvragen.’

Malafide klusjesman

‘Onze huisartspraktijk besteedt sinds twee jaar veel aandacht aan financieel ouderenmisbruik. We screenen ons patiëntenbestand van 75-plussers op ouderen die we onvoldoende in beeld hebben en brengen die af en toe een bezoekje. Tijdens de gesprekken stellen we zaken aan de orde als of er een testament is, wie de administratie doet en wie er pint. Er is veel tijd nodig om erachter te komen wat er achter de voordeur speelt. Je bent afhankelijk van wat iemand vertelt.
Op deze manier kwam ik een meneer op het spoor (80 jaar, licht dement, geen sociaal netwerk) die financieel wordt uitgebuit door zijn malafide klusjesman. Die komt steeds ongevraagd kleine klusjes doen, zoals het tuinpad onderhouden, en heeft hem daarvoor inmiddels al honderden euro’s afhandig gemaakt. Hij weet dat meneer altijd veel contant geld in huis heeft. Er zijn ook steeds dingen weg uit huis als hij is geweest. Daarnaast heeft hij inmiddels zo’n 7.000 euro van meneer geleend, omdat zijn gezin in de problemen zou zitten.’

Bang

‘De oude man is bang voor hem, dus doet hij de deur steeds weer open en blijft hij geld geven. Hij is ooit een keer naar de politie gegaan, maar daar is toen niets mee gedaan. Bij de Lokale Alliantie rond financieel ouderenmisbruik die we in Zoetermeer momenteel oprichten, is ook een frauderechercheur van de politie aangesloten. De meneer, mijn cliënt, heeft mij recent toestemming gegeven de zaak met die fraudeagent te bespreken, om te zien of er nog wat aan te doen is. Gelukkig heeft hij genoeg geld en eet hij er geen boterham minder om, maar het maakt hem wel heel angstig. Dat willen we niet: onze ouderen moeten veilig oud kunnen worden, niet in angst leven.’


De dochter van een slachtoffer

‘Mijn broer stal 60.000 euro van mijn moeder’

Geertje van Z.

‘Zes jaar geleden belde de bank van mijn toen 79-jarige moeder met de mededeling dat de vrije ruimte in haar hypotheek was overschreden. Mijn oudste broer, de enige met een bankvolmacht voor de hypotheekrekening, had in een jaar tijd ongemerkt 60.000 euro naar zijn eigen rekening overgeboekt. Hij bleek in geldproblemen te zitten, onder andere door de koop van een te duur huis.
Hij had notabene een eigen administratiekantoor. Toen mijn vader in 2005 overleed, was het heel vanzelfsprekend dat hij zich over moeders administratie zou ontfermen. Mijn jongere broer en ik deden daar niets mee. We hadden geen idee van zijn financiële problemen. Later vielen de puzzelstukjes wel in elkaar. Hij bleek al eerder geld van moeder geleend te hebben en we dachten weleens hoe hij al die luxe in zijn nieuwe huis, zoals handgemaakte kasten, kon betalen.’

Ontreddering

‘Mijn moeder was in shock toen ze besefte wat haar oudste zoon had gedaan. Een en al ontreddering. Je wilt niet van je eigen kinderen weten dat ze tot zoiets in staat zijn. ‘Zo heb ik hem toch niet opgevoed’, zei ze. Aangifte tegen haar bloedeigen zoon heeft ze nooit gedaan, ik denk dat geen enkele moeder dat kan. Ze schaamde zich er kapot voor. We mochten het eerst aan niemand vertellen; later heeft ze het wel aan wat zussen verteld.
De bank dreigde het huis te verkopen als we niet tot een aflossingsregeling voor die overschrijding kwamen. Ik miste begrip voor de situatie, was heel boos op de bank: hadden zij niet moeten zien dat er rare dingen op de rekening gebeurden? Mijn jongste broer en ik hebben de aflossingsregeling op ons genomen. Liever ons eigen levenspatroon aanpassen, dan dat onze moeder uit haar huis moest.
We hebben nog hulp ingeschakeld voor mijn broer, maar daar wilde hij niets van weten. Inmiddels zit hij in de schuldsanering en is hij zijn huis kwijt. Omdat mijn moeder dat graag wilde, is het contact weer enigszins hersteld. Hij is er weer bij op feestdagen. Hij vertoont geen spijt en als het aan hem ligt wordt het weer zoals vroeger. Zelf had ik hem het liefst niet meer willen zien: geld is maar geld, maar relaties tussen mensen kun je nooit meer helemaal herstellen. De littekens zijn te diep.

Waarschuwing

‘Had ik maar …, die gedachte gaat vaak door mijn hoofd. Had ik de afschrijvingen van de hypotheek maar in de gaten gehouden, om bankafschriften gevraagd – die ontving mijn broer alleen digitaal. Ik vertel mijn verhaal om anderen te waarschuwen: denk niet “dat gebeurt ons niet”, maar regel de zaken voordat het – zoals bij ons – te laat is.
Inmiddels heeft mijn moeder een levenstestament. Daarin hebben we vastgelegd dat ik de financiën doe en dat mijn jongste broer mij controleert. We hebben ervoor gezorgd dat we alle bankafschriften weer op papier ontvangen. Ik zit regelmatig met mijn moeder om tafel om ze door te nemen, haar te laten zien wat er uitgegeven is. Ze heeft er gelukkig weer vertrouwen in.’

  • Volledige naam wordt op verzoek van de geïnterviewde niet vermeld.


De buurvrouw van een slachtoffer

‘Hij kocht haar panden voor de prijs van twee bruine broden’

Madelon Strik

‘Ik heb financiële uitbuiting onder mijn eigen ogen zien gebeuren, bij een oudere dementerende dame uit de buurt. Ze liet steeds meer hand- en spandiensten doen door iemand uit haar omgeving. Ik noem hem O, van Oplichter. Hij deed haar boodschappen, mocht haar financiën beheren, en weekte haar los van haar vrienden. Ze was idolaat van hem, afhankelijk geworden zelfs. Als vrienden haar voor hem waarschuwden, hield ze hem de hand boven het hoofd.
Hoe het precies is gegaan weet ik niet, maar op een zekere dag – inmiddels vier jaar terug – waren twee panden die zij nog bezat en verhuurde, verkocht aan die oplichter. Letterlijk voor de prijs van twee bruine broden, terwijl ze tonnen waard waren. Ik weet niet of ze daarvoor zelf haar handtekening bij de notaris heeft gezet of dat ook de handtekening door O is vervalst, maar in ieder geval is zij, zonder dat ze zich daarvan bewust was, beroofd van haar eigendommen.’

Strafzaak

‘Het lijkt erop dat notaris M, van Medepleger, willens en wetens heeft meegewerkt aan deze verdachte transactie. Er moeten bij hem bellen zijn gaan rinkelen; hij had moeten uitzoeken of de oude dame de twee panden wel uit vrije wil aan O verkocht. Ze heeft me desgevraagd weleens verteld dat O had laten weten de panden graag van haar te kopen, maar dat ze dat natuurlijk nooit zou doen. Op het moment dat ze dat zei, wás de akte al gepasseerd.
Er is aangifte gedaan tegen O en M en ik weet dat de strafzaak in voorbereiding is. De recherche en justitie nemen het heel serieus. Ik hoop dat de verkoop wordt teruggedraaid, er recht wordt gesproken, ook al leeft mevrouw niet meer. Het kan me niet schelen wat er met O gebeurt. Geld doet rare dingen met mensen. Voorlopig vangt hij nog steeds de huur van de naar mijn oordeel onrechtmatig verkregen panden.
Als de notaris integer had gehandeld, had dit nooit kunnen gebeuren. Er is blijkbaar onvoldoende toezicht op zo’n individuele notaris en de koopakte is er ook door het Kadaster niet als verdacht uit gevist. Misschien kan de beroepsorganisatie van notarissen meer doen om te voorkomen dat notarissen medewerking kunnen verlenen aan dit soort frauduleuze eigendomsoverdrachten, of testamenten en schenkingen.’

Goed regelen

‘Ik heb mevrouw, voordat dit allemaal speelde, al eens op het hart gedrukt haar zaken goed te regelen. Maar ze wilde nooit iets uit handen geven, kon het allemaal wel zelf. Je ziet wat daarvan komt. Ik ben ervan overtuigd geraakt dat financiële uitbuiting iedere oudere kan treffen. Ook mij straks. Je kunt het nooit helemaal voorkomen, maar ik ga binnenkort wel een levenstestament bij mijn notaris laten opstellen.’

  • Madelon Strik is een (op verzoek van de geïnterviewde) gefingeerde naam.


De bewindvoerder van een slachtoffer

‘Zo droevig dat de dader vaak familie is’

Jan Hofman
Directeur Heijne Bewindvoering Beheer & Advies

‘Het gaat regelmatig om duizenden, soms tienduizenden euro’s – weg leuke oude dag. Zoals in het voorbeeld van de kleinzoon die oma’s geld in zijn eigen zaak stopte, die vervolgens failliet ging. Zelf had ik laatst nog een dame die een vriendin had verteld dat ze nooit meer bankafschriften zag. Bleek de mantelzorger heel veel gekke dingen met haar geld te doen. Er is spoedbewind aangevraagd en ik heb aangifte gedaan. Of neem het voorbeeld van de kinderen die hun moeder verbieden haar grote, dure huis te verkopen, omdat ze het later zelf willen hebben. Dat is óók financiële uitbuiting.
Wat we steeds vaker meemaken zijn volwassen kinderen die weer bij hun oude ouders gaan wonen, bijvoorbeeld na een verbroken relatie, en weigeren mee te betalen aan de woonkosten. Vader of moeder raakt de huurtoeslag kwijt omdat een kind bij ze inwoont, er ontstaan schulden en soms dreigt een huisuitzetting. Soms wil de oudere ook absoluut niet hebben dat wij het met zoon of dochter bespreken, terwijl we weten dat de boze brieven van schuldeisers snel op de mat zullen vallen.’

Geen blauw oog

‘Signaleren van financiële uitbuiting van ouderen is lastig. Ze lopen niet met een blauw oog rond. Het vindt vaak verborgen in hun directe kring plaats, veelal door familieleden en mantelzorgers. Zo droevig, want de geïsoleerde oudere kijkt juist zo uit naar hun komst. Het misbruik wordt bijvoorbeeld pas duidelijk als derden aankloppen omdat er schulden zijn ontstaan of als een alerte hulpverlener de signalen die er soms wel zijn, goed begrijpt.
Dan worden wij er als bewindvoerders bij geroepen om van alles op te ruimen. Dat is zo zonde. Bovenal omdat de kwetsbare ouderen zich in zo’n situatie ontzettend machteloos voelen. Familierelaties gaan kapot als blijkt dat een van de kinderen misbruik van de situatie heeft gemaakt. De daders zien het vaak niet als uitbuiting, maar als iets waar ze recht op hebben. Omdat ze zo veel voor hun oude moeder zorgen, of omdat het geld anders via de erfenis ooit toch wel bij ze terecht zou komen.’

Vier-ogenprincipe

‘Voorkomen is natuurlijk beter. Het ‘vier-ogenprincipe’ kan daarbij helpen: zorg altijd voor controle als één familielid of mantelzorger toegang tot de financiën krijgt. Ouderen kunnen dit opnemen in een levenstestament, door in hun volmacht aan te geven dat persoon X de financiën regelt als ze dat zelf niet meer kunnen en dat persoon Y persoon X controleert. Familie kan dit ook onderling afspreken: ‘Ik wil moeders bankzaken wel doen, maar ik wil dat jullie mij controleren.’ Zo’n afspraak is veiliger voor de ouderen en voorkomt verwijten achteraf tussen de kinderen.
En er zijn nog meer mogelijkheden. Degene die de boodschappen doet, hoeft niet meteen de pinpas van de hoofdrekening mee te krijgen. Er kan ook een aparte rekening met een beperkt saldo geopend worden. Met dit soort drempels voorkom je dat iemand over de schreef gaat.’


Tekst: Marloes Hooimeijer en Roel Smit

Dit artikel is ontleend aan: magazine Voor nu en later, wintereditie 2018

< Terug naar voorselectie
Sdu Uitgever