Erven / nalaten

ERVEN/NALATEN


3-april-2018

Hoe legitiem is de legitieme portie?

Hoe legitiem is de legitieme portie?
NIJMEGEN – De discussie over de legitieme portie laait om de zoveel tijd op. Is afschaffing van deze schadevergoeding in geld opportuun?

Door Bert Koopman

De wetgever vindt dat kinderen nooit met lege handen mogen staan. Toch geldt de legitieme portie, een geldbedrag van in beginsel de helft van het kindsdeel, als een omstreden beschermingsconstructie. Critici zien de regeling als bevoogdend. Zij redeneren dat het vermogen is opgebouwd door de ouders, niet door de kinderen.

Daarnaast zijn er praktische bezwaren rond de legitieme portie. De regeling leidt nogal eens tot ruzie in families. Niet alleen ontstaan er tussen kinderen onderling scheve gezichten, ook loopt de afwikkeling van de erfenis soms flink vertraging op.

De legitieme portie is dat deel van de erfenis waarop legitimarissen – afstammelingen van de erflater – te allen tijde aanspraak kunnen maken, ook wanneer zij zijn onterfd. Als de legitimaris als erfgenaam de nalatenschap verwerpt, komt in principe hetgeen hij/zij als erfgenaam had kunnen krijgen in mindering op zijn legitieme portie.

Over de afschaffing van de legitieme portie denken experts verschillend. ‘Weg ermee’, zegt de een; ‘handhaven’, zegt de ander. De Nijmeegse hoogleraar successierecht Bernard Schols meent op basis van zeven zwakke plekken dat de regeling niet veel meer om het lijf heeft. ‘De stap naar afschaffing ervan is dan klein. De politiek heeft de legitieme portie tot dusver niet willen afschaffen, maar de scherpe kantjes zijn er inmiddels af. De macht van het kind dat er aanspraak op maakt is behoorlijk teruggedrongen ten opzichte van die van de erflater.’

1 Goederenrecht is nu een verbintenis uit de wet

In het Burgerlijk Wetboek is de regeling van de legitieme portie in 2003 van karakter veranderd. In de oude situatie beliep deze schadevergoeding een deel van de goederen van de erflater, bijvoorbeeld een huis. In het nieuwe erfrecht heeft de legitimaris recht op de geldwaarde van dat deel. De (klein)kinderen van de erflater die een beroep doen op de legitieme portie krijgen als crediteur hun portie dus in de vorm van geld, niet langer in goederen.’

Volgens Schols zit een eerste zwakke plek in deze overgang van een goederenrechtelijke naar verbintenisrechtelijke aanspraak. ‘De legitimaris degradeerde van zakelijk gerechtigde tot concurrent schuldeiser.’ Hoe pakt de legitieme portie uit bij een erflater met een echtgenote en twee kinderen? De helft van de waarde van het vermogen van de erflater is uitgangspunt voor de berekening. Deze waarde wordt gedeeld door het aantal personen, waarbij de echtgenote meetelt als kind. Deze opsplitsing levert de volgende breuk op: 1/2 x 1/3 = 1/6.

2 De schuldenaar bepaalt de wijze van betaling van de verbintenis

Volgens Schols is de legitieme portie als een voorwaardelijke verbintenis al tijdens het leven van de erflater latent aanwezig. De erflater/schuldenaar bepaalt zelf de wijze van betaling van de verbintenis. Daarbij staan hem diverse technieken ten dienste. Hij kan de waarde van de legitieme portie bijvoorbeeld beïnvloeden door strategisch te schenken. Hier zit een tweede zwakke plek.

Artikel 67 van boek IV van het Burgerlijk Wetboek vermeldt vijf soorten giften door de erflater gedaan die bij de berekening van de legitieme portie in aanmerking worden genomen. Onder meer giften die ‘kennelijk gedaan en aanvaard zijn met het vooruitzicht dat daardoor legitimarissen worden benadeeld’. Alle schenkingen die een kind aanneemt, hoe lelijk ook (denk aan een vakantiehuisje in Siberië), komen in mindering op de legitieme portie.

3 ‘Oneigenlijke’ nakoming van de verbintenis is vaak niet te voorkomen

De legitimaris die aanspraak wil maken op zijn legitieme portie in de huidige regeling moet – anders dan bij de oude situatie – rekening houden met allerlei verjarings- en vervaltermijnen, volgens Schols een derde zwakke plek. De vordering van het rechthebbende kind is zes maanden na overlijden van de erflater opeisbaar. De mogelijkheid om aanspraak te maken op het wettelijk erfdeel vervalt na vijf jaar. Schols: ‘De legitimaris zal er vaak mee moeten leven dat betaling ondeugdelijk is of dat hij door verval of verjaring helemaal niet wordt betaald.’

4 De omvang van de verbintenis is gereduceerd

Het rechthebbende kind kan zijn/haar vordering opeisen bij de gezamenlijke erfgenamen. Wanneer een zogenoemde ‘wettelijke verdeling’ van toepassing, dus indien de erfenis toekomt aan de langstlevende echtgenote of geregistreerd partner, heeft de legitimaris een vordering op de echtgenote of partner van de erflater.

Onder het oude erfrecht van vóór 2003 was het zogenoemde breukdeel bij twee kinderen niet 1/2 maar 2/3. Een aanzienlijk verschil met de huidige situatie. De echtgenoot of geregisteerd partner telt in de nieuwe situatie mee. Hun aanwezigheid is dus van grote invloed op de legitieme portie.

Schols ziet de gereduceerde omvang van de legitieme portie bij de overgang van het oude naar nieuwe recht als een vierde zwakke plek in de regeling. Want nu de echtgenoot als fictief kind meetelt, wordt de legitimaris bij een beroep op de legitieme portie meer dan gehalveerd!

5 De verbintenis is onder omstandigheden niet opeisbaar

De erflater kan de legitieme portie niet bij testament uitsluiten. Maar hij kan de opeisbaarheid ervan, voor zover deze ten laste komt van de langstlevende partner, wel blokkeren tot na zijn/haar overlijden – een vijfde zwakke plek volgens Schols.

6 De verbintenis kan vervallen of verjaren

Het kind dat zijn legitieme portie wil in plaats van de erfrechtelijke verkrijging, moet deze verkrijging bij een rechtbank verwerpen en tevens verklaren dat hij zijn legitieme portie wenst. Dit luistert nauw: zonder een dergelijke verklaring verliest hij binnen drie maanden zijn recht op deze schadevergoeding. Onder het oude recht was de verjaring van de legitieme portie niet geregeld. Dit is volgens Schols een zesde zwakke plek.

7 Notarissen mogen de schuldeiser niet benaderen

Moet een notaris een onterfd kind wegens zijn notariële zorgplicht informeren over het vrijkomen van testament na het overlijden van de erflater? Schols wijst erop dat de notaris volgens de notariële tuchtrechter de onterfde legitimaris ‘mag’, doch niet ‘moet’ informeren. Deze tuchtrechtelijke uitspraak nuanceert een eerder standpunt van een notariële werkgroep die vond dat het benaderen van een legitimaris schending oplevert van het notariële ambtsgeheim.

Dit is ten slotte een zevende zwakke plek in de regeling, een omstandigheid die kan leiden tot notariële chaos. Schols: ‘Indien de notaris in zijn offerte of op zijn website vermeldt dat hij de legitimaris niet zal opsporen, zal de erflater mogelijk meer voor zijn erfrechtelijke diensten willen betalen.’

***

Deze zeven zwakke plekken ten spijt kunnen onterfde kinderen nog wel grip hebben op schenkingen, zoals blijkt uit het volgende voorbeeld. Stel dat een erflater bij leven € 600.000 schonk aan twee erfgenamen (kind A en kind B) om ervoor te zorgen dat er voor het kind dat werd onterfd (kind C) weinig overbleef. Bij het bepalen van de legitieme portie moet het bedrag van €600.000 aan giften dan worden opgeteld bij de nalatenschap (zeg: € 150.000).

In dat geval is de waarde van de nalatenschap plus de giften en minus schulden – in juridisch taalgebruik ‘de legitimaire massa’ – € 750.000. De legitieme portie van het onterfde kind (C) is in dit voorbeeld niet 1/6 x € 150.000, maar 1/6 x € 750.000 wat neerkomt op € 125.000. De andere erfgenamen (A en B) kunnen het restant (te weten het verschil van € 150.000 en € 125.000 en dus € 25.000) onderling verdelen.

Afrondend nog iets over de juridische status van kinderen: afstammelingen vallen uiteen in kinderen geboren uit het huwelijk van de erflater, nazaten door de erflater erkend, geadopteerde kinderen en afstammelingen afkomstig via gerechtelijke vaststelling. Als je als kind niet erkend bent, sta je met lege handen. Echter wanneer een niet-erkend kind inderdaad niet in het testament van de erflater staat, kan hij/zij zijn legitieme portie toch opeisen. Voorwaarde is wel dat de bloedband via een DNA-test bewezen is.

De zeven zwakke plekken in dit artikel zijn ontleend aan een preadvies van prof. mr. Bernard Schols voor de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie: ‘De legitieme portie driedimensionaal: abstract, concreet en fiscaal’ in: Nieuw erfrecht in de praktijk (Den Haag 2006).

Op deze website staat onder ‘veelgestelde vragen’ een lijst met erfrechtelijke begrippen, waaronder de legitieme portie.
























< Terug naar voorselectie
Sdu Uitgever