Voor goede doelen

Image2

Wat een goed doel zeker moet weten over nalatenschappen


Voor een goed doel is het vaak een onverwacht cadeau: een nalatenschap. Je hebt er helemaal niet op gerekend of het moment komt onverwacht. Ook kleinere goede doelen kunnen ermee te maken krijgen. Daarom: 7 praktische tips voor goede doelen over nalatenschappen.

1. We hebben het over veel geld, soms heel veel geld.
Een groep goede-doelenorganisaties is een campagne begonnen (www.toegift.nl) om Nederlanders over te halen een goed doel op te nemen in hun testament. Logisch, want van de Nederlanders die overlijden, laat maar 4 procent geld of goederen na aan een goed doel. In Engeland is dat bijvoorbeeld 7 procent. Toch gaat het in Nederland ook nu al om grote bedragen. Hoewel het niet precies te zeggen is, wordt geschat dat jaarlijks een kleine 300 miljoen euro wordt nagelaten aan goede doelen.

2. Nalaten aan een goed doel, daarvoor is een testament nodig.
Zonder testament, gaat de nalatenschap van een overledene (bezittingen én schulden) naar de wettelijke erfgenamen. Dus echtgenoot, kinderen, kleinkinderen et cetera. Goede doelen zijn dan dus niet in beeld. Wie hiervan wil afwijken, kan dat doen via een codicil (handgeschreven, fraudegevoelig en niet van toepassing op geldbedragen) of (beter) een testament. Een testament is een door de notaris opgemaakte akte waarin bijvoorbeeld een goed doel geheel of gedeeltelijk tot erfgenaam kan worden benoemd. Let wel, een testament dan door de betrokkene altijd gewijzigd worden en hij of zij is niet verplicht hierover iemand anders dan de notaris te informeren. Of een overledene een testament heeft en bij welke notaris dat zich bevindt, kan worden opgevraagd bij het Centraal Testamenten Register (CTR). Inzage in het testament kan alleen de notaris verlenen en uiteraard alleen aan belanghebbenden.

3. Houd altijd rekening met eventuele kinderen.
Goed om te weten is dat wettelijke erfgenamen via een testament onterfd kunnen worden, maar dat kinderen (of als die al zijn overleden hún kinderen) altijd recht houden op hun legitieme portie van een nalatenschap. De legitieme portie is een vordering in geld en bedraagt de helft van het erfdeel dat een kind op grond van de wet zou hebben verkregen. De legitieme portie wordt berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap, vermeerderd met bepaalde door de overledene gedane giften en verminderd met schulden. Een onterfd kind heeft recht op stukken op basis waarvan de legitieme portie kan worden berekend. Verder is van belang te weten dat een onterfd kind geen erfgenaam is (en dus niet direct betrokken wordt bij de verdeling van de erfenis), maar legitimaris. Hij of zij krijgt een vordering op de gezamenlijke erfgenamen of de echtgenoot/geregistreerde partner van de overledene. De legitieme portie is opeisbaar vanaf zes maanden tot maximaal vijf jaar na het overlijden van de erflater.

4. Een nalatenschap is niet altijd vrij te besteden.
Wie iets nalaat aan een goed doel, verbindt hieraan in het algemeen geen nadere voorwaarden. Het geld kan dan gewoon aan de algemene middelen van een fonds worden toegevoegd en is vrij om te besteden. Het stellen van voorwaarden kán echter wel. Iemand kan bijvoorbeeld bepalen dat een erfenis alleen voor een bepaalde activiteit of een bepaald project mag worden besteed. Dit geld mag dan niet in de algemene middelen worden gestopt, maar moet in reserve gehouden worden. Een probleem kan hierbij zijn dat het op een bepaald moment niet meer mogelijk is het geld die specifieke bestemming te geven, bijvoorbeeld omdat een project niet meer loopt of een bepaalde doelstelling inmiddels is gerealiseerd. Waaruit maar weer blijkt hoe belangrijk het is dat – zeker in zulke gevallen – tijdig overleg plaatsvindt tussen degene die wil nalaten en het goede doelen. Al was het alleen al om af te spreken hoe in zulke omstandigheden moet worden gehandeld. De notaris kan zulke afspraken opnemen in het testament.

5. Een nalatenschap is niet altijd meteen ter beschikking.
Iemand die een testament laat opmaken, kan een goed doel als erfgenaam aanwijzen en tegelijk bepalen dat een ander eerst de beschikking krijgt over zijn vermogen, voordat het goede doel aan bod komt. Klinkt ingewikkeld, maar is het niet. Dit kan op twee manieren. De eerste mogelijkheid is een zogeheten legaat van vruchtgebruik. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dan een goed doel weliswaar de erfgenaam is, maar dat bijvoorbeeld een levenspartner van de overledene het recht heeft zijn goederen (bijvoorbeeld de woning of banktegoeden) te gebruiken en van de ‘vruchten’ daarvan (bijvoorbeeld rente of huuropbrengst) te genieten. Het testament bepaalt de bevoegdheden van de vruchtgebruiker en dat kan soms best ver gaan, soms zover dat de nalatenschap ook mag worden opgemaakt. De tweede mogelijkheid is een tweetrapsmaking. In dat geval wordt in het testament bepaald wie de eerste erfgenaam is, maar ook wie het resterende vermogen krijgt als ook deze komt te overlijden. Wie het testament opmaakt, beschikt zodoende dus eigenlijk twee keer over zijn nalatenschap. Er zijn aan dit soort constructies voorwaarden verbonden, maar het voert te ver om deze hier allemaal te behandelen.

6. Het afwikkelen van een nalatenschap is een vak.
De afwikkeling van een nalatenschap is vaak ingewikkeld en brengt – zeker voor wie daar niet vaak mee wordt geconfronteerd – nogal wat vragen mee. Het is daarom werk dat veelal wordt gedaan door een executeur of vereffenaar. Zijn de erfgenamen tezamen bevoegd om de nalatenschap af te wikkelen, dan kunnen zij een derde, bijvoorbeeld een notaris, volmacht geven om dit te doen. De brancheorganisatie Goede Doelen Nederland en de vereniging van Estate Planners in het Notariaat (EPN) hebben richtlijnen opgesteld voor de afwikkeling van een nalatenschap waarin een goed doel is aangewezen. Hierin krijgen zowel goede doelen als notarissen advies voor een vlotte afwikkeling van nalatenschappen. Heel handig voor wie er voor het eerst mee te maken krijgt.

7. Het werven van nalatenschap vraagt zorgvuldigheid.
Eigenlijk spreekt het vanzelf, maar het is goed er hier nog eens op te wijzen. Vooral de wat grotere goede doelen hebben een fondsenwerver in dienst die zich specifiek bezighoudt met de werving van nalatenschappen. Nederland Filantropieland (destijds genaamd Instituut Fondsenwerving, afgekort IF) heeft sinds 2012 een richtlijn voor de werving van nalatenschappen. Deze richtlijn heeft het doel de communicatie met betrekking tot het werven van nalatenschappen voor goede doelen te verbeteren. Er staat in beschreven aan welke wettelijke regels goede doelen zich in elk geval moeten houden en handelwijze daarnaast wenselijk is.

Sdu Uitgever